In de eerste graad krijg je veel algemene vakken, vanaf de tweede graad ga je specifieker kiezen voor een studiedomein binnen een finaliteit.  

Finaliteiten kan je zien als een manier om uit te drukken wat je kan gaan doen na het secundair onderwijs. Je hebt drie finaliteiten: doorstroom-, dubbele en arbeidsmarktgerichte finaliteit. Tussen haakjes verwijzen we naar de onderwijsvormen aso, tso, kso en bso.  

  • Doorstroomgericht (aso/tso/kso): Daarin krijg je een voorbereiding om te gaan verder studeren na het middelbaar.  
  • Dubbele finaliteit (tso/kso): Daarin word je voorbereid op verdere studies binnen een specifieker vakgebied, maar kan je ook de arbeidsmarkt op na je secundaire studies.  
  • Arbeidsmarktgericht (bso/buso OV3): Deze opleidingen bereiden je voor om na het secundair onderwijs direct te starten in een job.  

4 onderwijsvormen 

Het algemeen secundair onderwijs: ASO legt de nadruk op een ruime algemene vorming. Er wordt niet voorbereid op een specifiek beroep. Het ASO legt vooral een stevige basis voor het volgen van hoger onderwijs. 

Het beroepssecundair onderwijs: BSO is een praktijkgerichte onderwijsvorm waarin de jongere naast algemene vorming vooral een specifiek beroep aanleert. 

Het kunstsecundair onderwijs: KSO koppelt een algemene ruime, vorming aan een actieve kunstbeoefening. Na het KSO kan de jongere een beroep uitoefenen of overstappen naar het hoger onderwijs. 

Het technisch secundair onderwijs: TSO besteedt aandacht aan algemene en technisch-theoretische vakken. Na het TSO kan de jongere een beroep uitoefenen of overstappen naar het hoger onderwijs. Bij deze opleiding horen ook praktijktlessen. 

Afbeelding
Leerkracht van Het Gymnasion geeft uiteg aan 2 leerlingen in de klas.